Technische Informatie
Een kort stukje geschiedenis van de LED
Het woord LED is oorspronkelijk een afkorting van “Light Emitting Diode” (“licht uitstralende diode”). De LED is in 1927 al ontwikkeld door de Russische Oleg Vladimirovitsj Losev. Gedurende zijn werkzaamheden als radiotechnicus merkte hij dat diodes, die gebruikt werden in radio-ontvangers, licht uitstraalden als er stroom doorheen werd gestuurd. Deze eigenschap is uiteindelijk doorontwikkeld tot de LED zoals wij deze tegenwoordig in onze verlichting tegenkomen.

Wat is eigenlijk licht?
Licht is “elektromagnetische straling” in het frequentiebereik dat waarneembaar is met het menselijk oog; in het algemeen met inbegrip van infrarood licht (iets lagere frequentie dan rood licht) en ultraviolet licht (iets hogere frequentie dan violet licht). Licht kan zich enerzijds gedragen als golven, en in sommige gevallen als deeltjes. Daardoor kan zelfs zwaartekracht invloed uitoefenen op licht. Ons menselijk oog detecteert doorgaans maar 7 kleuren licht, te weten; (infra-)rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en (ultra-)violet. Uiteraard zijn er binnen deze kleuren oneindig veel contrasten en vermengingen mogelijk.

Wat verstaat men onder “Aansluitspanning?”
Dit is de spanning waar u de lamp op aansluit, welke doorgaans 12 of 24 of 230 Volt is. Let u hierbij wel op de toevoeging “AC” (wisselspanning) en “DC” (gelijkspanning).
Wat is het “Opgenomen Vermogen?”
De naam zegt het eigenlijk al: de hoeveelheid vermogen die wordt 'opgenomen' uit het lichtnet. Vermogen is de hoeveelheid energie die in een bepaalde tijd wordt verbruikt, en energieverbruik kan op zijn beurt weer worden uitgedrukt in KWh.
P = dQ / dt [W] of: dQ = P x dt [J]
P = Opgenomen vermogen, uitgedrukt in “Watt” [W];
dQ = Energieverbruik, uitgedrukt in “Joule” [J];
dt = Verstreken tijd, uitgedrukt in “Seconden” [s]
Natuurlijk kunnen we het vermogen “P” ook uitdrukken in “KiloWatt”, hierdoor zal “P” een factor 1000 kleiner worden, en dat kunnen we dan weergeven door “Pkw”. Even een rekenvoorbeeld:
Spaarlamp: P = 4 [W], dus: Pkw = 0,004 [KW]
dQ = Pkw x dt = 0,004 x 1 (uur) = 0,004 [KWh]
De totale kosten per uur zijn dan: “dQ” vermenigvuldigd met uw KWh prijs.
Brandt deze lamp altijd (dus 24 uur per dag, 7 dagen in de week) dan kost u dat € 0,024 per dag, en € 8,76 per jaar, als uw energieprijs € 0,25 per KWh is. Voor een ‘ouderwets’ peertje (van 60 Watt) zou dat echter € 0,36 per dag, en € 131,- per jaar kosten. De spaarlamp van dit voorbeeld geeft hiermee een besparing van ruim 93%, maar u kunt natuurlijk ook uw eigen gegevens invullen voor uw specifieke geval…
Wat voor soorten fittingen zijn er eigenlijk allemaal?
Er zijn vele soorten fittingen in de handel, maar gebruikelijk zijn echter de volgende: GU5.3, GU10, E14 en E27. Hierbij is GU5.3 de variant met twee kleine steekpinnetjes (zoals u wel bij sommige halogeenlampjes tegenkomt), GU10 de zogenaamde “Bayonet” aansluiting, waarbij u het lampje een ‘kwartslag’ moet draaien om deze vast te zetten in de fitting, en E14 en E27 de “kleine” respectievelijk “grote” schroeffitting zoals u dat bij de ‘ouderwetse’ gloeilamp gewend was.

Wat verstaat men onder “Lichthoek?”
Dit is de hoek, gemeten in graden, waaronder het licht als een bundel uit de lamp naar buiten straalt. Een horizontaal schijnende lamp met een stralingshoek van 30 graden zal dus, 15 graden ‘naar boven’, en 15 graden ‘naar onderen’ schijnen.
Wat verstaat men onder “Lichtkleur en Kleurtemperatuur?”
De lichtkleur wordt doorgaans aangegeven in “Kelvin” [K], een temperatuurschaal welke in de wetenschap, techniek en industrie veel wordt gebruikt. Voor de temperatuur in Kelvin geldt:
Kelvin = Celcius + 273,15 of: Celcius = Kelvin - 273,15
Des te lager de kleurtemperatuur, des te ‘subtieler’ (geler/sfeervoller) is het licht van de lamp. Des te hoger de kleurtemperatuur, des te ‘feller’ (witter/kouder) is het licht van de lamp. De kleurtemperatuur valt doorgaans in het bereik van 1200 Kelvin (vergelijkbaar met kaarslicht) tot 6000 Kelvin (vergelijkbar met de middagzon).

Wat verstaat men onder “Lichtstroom?”
Lichtstroom, aangegeven in “Lumen” [Lm], is een lichttechnische grootheid die uitgestraalde hoeveelheid licht per tijdseenheid aangeeft, gecorrigeerd voor de spectrale gevoeligheid van het menselijk oog. De lichtstroom kan worden gezien als het fotometrisch equivalent van het geleverde vermogen.
Waarom is een ledlamp zuiniger dan een gloeilamp?
In de basis is er niet zoveel verschil tussen deze twee lampen als je in eerste instantie misschien zou verwachten, terwijl op het gebied van energieverbruik de verschillen groot zijn. Bij de gloeilamp gloeit er een gloeidraad op, en bij een ledlamp een diode. Omdat een led, wegens zijn fysische eigenschappen, slechts bepaalde spanningen aankan is er echter een stukje (voorschakel-)elektronica nodig. Hierbij enige (globale) verschillen tussen diverse verlichtingssoorten:
* De ouderwetse gloeilamp: 12…15 lumen per watt
* De halogeenspot: 15 … 25 lumen per watt
* De moderne spaarlamp: 55 … 60 lumen per watt
* De TL-buis: 70 … 100 lumen per watt
* De LED TL-buis: c.a. 115 ... 120 lumen per watt
* De moderne LED-lamp: 50 … 120 lumen per watt

